ZOEK     A  |   B  |   C  |   D  |   E  |   F  |   G  |   H  |   IJ  |   K  |   L  |   M  |   N  |   O  |   PQ  |   R  |   S  |   T  |   UVW  |   XYZ 

 
   

 

Maak een print van deze pagina
Deze informatie is afkomstig van HartWijzer.nl, een website samengesteld door de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie (NVVC). Van de onderstreepte onderwerpen is op HartWijzer.nl een afzonderlijke tekst te vinden.

DIABETES

Diabetes is een verzamelnaam voor ziekten die gemeen hebben dat het bloed over een langere tijd te veel glucose bevat. Glucose – in de winkel gewoon te koop als druivensuiker – is een stof die je nodig hebt voor je energie. Je lichaam maakt glucose uit koolhydraten in de voeding. Na de maaltijd stijgt het glucosegehalte, maar te veel glucose in je bloed is schadelijk. Een gezond lichaam lost dat probleem op door insuline aan te maken, een hormoon dat twee processen stimuleert: de opname van glucose uit de bloedbaan en de omzetting van glucose in glycogeen. In de vorm van glycogeen kunnen de bloedsuikers als energievoorraad in de lever worden opgeslagen.
    Bij diabetes gaat het mis: de insuline wordt niet goed of te weinig aangemaakt en het glucosepeil blijft continu hoog. Diabetes is een ernstige risicofactor voor slagaderziekte, het sluipende ziekteproces dat de binnenwand van de slagaderen aantast en uiteindelijk kan leiden tot een hartinfarct of een beroerte. Hoe ernstig dit risico is blijkt wel uit het statistische gegeven dat iemand met diabetes een even groot risico heeft op een hartinfarct als iemand die al een hartinfarct heeft doorstaan. Tweederde van de mensen met diabetes overlijdt uiteindelijk aan een hartziekte of een beroerte.
    Diabetes is een chronische ziekte, hoewel je het risico op een hartziekte kunt beperken door de risicofactoren te beperken. De welvaartsziekte diabetes is sterk gerelateerd aan overgewicht en komt met het toenemende voedselaanbod over de hele wereld steeds meer voor.

Type 1 en type 2

Er zijn twee vormen van diabetes die simpelweg type 1 en 2 worden genoemd. Bij beide vormen werkt de regulering van het bloedsuikergehalte niet goed, maar de oorzaak is anders.
    Iemand met diabetes 1 kan geen insuline aanmaken, het hormoon dat voorkomt dat het bloedsuikergehalte te hoog wordt. Het afweersysteem heeft de insulineproducerende cellen in de alvleesklier vernietigd. Zo’n ziekte van het afweersysteem (auto-immuunziekte) komt al op relatief jonge leeftijd tot uiting. Daarom wordt diabetes type 1 ook wel juveniele diabetes genoemd.
    Iemand met diabetes 2 heeft een verhoogd glucose- ofwel bloedsuikergehalte omdat zijn lichaam in de loop der tijd minder gevoelig voor insuline is geworden. Hij maakt wel insuline aan, maar het hormoon mist zijn uitwerking op het glucosegehalte in het bloed. Diabetes type 2 wordt ook wel ouderdomsdiabetes genoemd omdat het zich op latere leeftijd voordoet. Bij diabetes type 2 speelt overgewicht vaak een rol. Diabetes type 2 komt verreweg het meeste voor: in 85 procent van de gevallen gaat het om diabetes 2.

Honingzoete urine

Diabetes is een ziekte met geschiedenis. De ziektenaam diabetes wordt voor het eerst gebruikt in de eerste eeuw van onze jaartelling door de Griekse arts Aretaeus van Cappadocië. Het woord diabetes verwijst naar een opvallend symptoom: het veelvuldig plassen. Diabetes betekent in het Grieks zoveel als ‘iemand die leegloopt’.
    De medische naam voor diabetes is diabetes mellitus. Het bijvoeglijk naamwoord mellitus (honingzoet) is aan de ziektenaam toegevoegd door de Engelse arts Thomas Willis, die in de zeventiende eeuw de urine van iemand met diabetes enthousiast beschrijft als ‘wonderfully sweet’, met de smaak van honing. Willis raadt zijn collega-artsen aan om de urine van hun patiënten even te proeven.
    Pas honderd jaar geleden begonnen artsen diabetes te begrijpen. In het begin van de twintigste eeuw ontdekt de Duits-Engelse arts Edward Sharpey-Schafer dat diabetici een bepaald hormoon missen. Hij noemt het hormoon ‘insuline’, omdat het wordt aangemaakt op kleine eilandjes in de alvleesklier, de zogenoemde eilandjes van Langerhans (insula is Latijn voor 'eiland'). De eilandjes in de alvleesklier zijn genoemd naar hun ontdekker, de Duitse arts Paul Langerhans.

Diabetes

 

De zeventiende-eeuwse dokter Thomas Willis proefde de urine van zijn patiënten. Een zoete honingsmaak wijst op diabetes.

Diabetes hebben zonder dat je dat weet

Diabetes komt veel voor. Nederland telt ongeveer 600.000 mensen met diabetes. Maar je kunt ook diabetes hebben zonder het te weten. Geschat wordt dat in Nederland zo’n 250.000 mensen met diabetes rondlopen zonder dat ze zich daarvan bewust zijn. Vroeg of laat melden deze mensen zich bij de dokter met klachten die door diabetes worden veroorzaakt, zoals nierklachten of slecht zien.
    Het is beter om er op tijd bij te zijn. Je behoort tot de risicogroep als je ouder bent dan veertig en overgewicht hebt. Het risico wordt groter als diabetes in de familie voorkomt.

Hieraan is diabetes te herkennen:

  • veel dorst en veel plassen
  • afvallen terwijl je normaal eet
  • vermoeidheid
  • last van infecties die langzaam helen (wondjes, ontstoken tandvlees, blaasinfectie)
  • wazig zien
  • tintelingen of gevoelloosheid in handen of voeten
  • Test voor glucosegehalte in het bloed

    Wanneer het glucosegehalte in het bloed langdurig te hoog is, gaat het hemoglobine versuikeren. Hemoglobine is een eiwit dat zuurstof kan vervoeren en bijvoorbeeld voorkomt in rode bloedcellen. Het versuikerde hemoglobine heeft een lastige chemische naam: HbA1c. Het gehalte aan HbA1c, gemeten in een bloedtest, is een goede indicatie voor het glucosegehalte in het bloed over een langere tijd. Iemand met diabetes probeert zijn HbA1c omlaag te krijgen met medicijnen of door de risicofactoren te beperken. Streefwaarde voor het HbA1c is 7 procent of lager.

    Metaboolsyndroom

    Diabetes type 2 wordt vaak behandeld als onderdeel van het zogeheten metaboolsyndroom (metabool = de stofwisseling betreffende). Het metaboolsyndroom is een verzameling stofwisselingsziekten die vaak samen voorkomen: diabetes, overgewicht, hoge bloeddruk en een verhoogd LDL-cholesterol. Voor het metaboolsyndroom moet er van tenminste drie sprake zijn.
        De oorzaak van het metaboolsyndroom is een verstoorde stofwisseling door te veel eten en te weinig beweging. De behandeling ligt voor de hand: minder eten en meer bewegen. Daarnaast kan een dokter cholesterolverlagers of bloeddrukverlagers voorschrijven om het LDL-cholesterol en de bloeddruk te verlagen.

     

    Verder lezen?

    De belangrijkste onderwerpen van Hartwijzer staan rechts op een rijtje.
    Zoek gedetailleerd op onderwerp via het alfabet bovenaan de pagina.

     

     

    Hartwijzer: het boek
      HartWijzer: het boek

      ALLE ONDERWERPEN



      HET HART

     RISICOFACTOREN

      SYMPTOMEN

      ONDERZOEKEN

      BEELDVORMENDE
    TECHNIEKEN


      BEHANDELINGEN

      ZIEKTEBEELDEN

      CARDIOLOGIE

    Colofon