ZOEK     A  |   B  |   C  |   D  |   E  |   F  |   G  |   H  |   IJ  |   K  |   L  |   M  |   N  |   O  |   PQ  |   R  |   S  |   T  |   UVW  |   XYZ 

 
   

 

Maak een print van deze pagina
Deze informatie is afkomstig van HartWijzer.nl, een website samengesteld door de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie (NVVC). Van de onderstreepte onderwerpen is op HartWijzer.nl een afzonderlijke tekst te vinden.

BEROERTE (CVA)

Een beroerte is een afsluiting van een slagader in het hoofd, waardoor een deel van de hersenen geen zuurstof krijgt en afsterft. De directe gevolgen zijn ernstig – verlamming, blindheid, spraakproblemen – maar in de meeste gevallen herstellen de hersenen zich en nemen de problemen en ongemakken na verloop van tijd af. Leeftijd is de belangrijkste risicofactor voor een beroerte. Bij mensen in de kracht van hun leven komt een beroerte weinig voor, maar bij mensen op gevorderde leeftijd is een beroerte na het hartinfarct de meest voorkomende voltreffer van de geduldige sluipmoordenaar die de hoofdrol in Hartwijzer voor zich opeist: slagaderziekte.
    Slagaderziekte verzwakt de binnenwand van de slagaders zonder dat je er veel van merkt, totdat een bloedpropje het laatste duwtje geeft en voor een afsluiting zorgt. Een beroerte heet ook wel een herseninfarct – van het Latijnse werkwoord infarcire dat volstoppen betekent, want dat is wat het bloedpropje doet in de slagaders van hersenen en hart. Het bloedpropje kan op de plaats van de afsluiting zelf ontstaan (trombose) of elders in het lichaam (embolie).
    Een afsluiting van een slagader is niet de enige manier waarop het in de hersenen mis kan gaan. De slagaderwand kan ook scheuren, waarna het bloed in het hersenweefsel wordt geperst en grote schade aanricht. Dat is een hersenbloeding. Een beroerte en een hersenbloeding hebben min of meer dezelfde gevolgen en vallen samen onder de noemer CVA, een afkorting van CerebroVasculair Accident (cerebro = de hersenen betreffend, vasculair = de bloedvaten betreffend). De gevolgen van een hersenbloeding zijn over het algemeen ernstiger, maar een beroerte komt vaker voor. Van iedere vijf CVA’s is er gemiddeld één een hersenbloeding. Naast leeftijd is ook hoge bloeddruk een belangrijke risicofactor voor een hersenbloeding.

Plotse verlamming

Een CVA kan een plotselinge verlamming veroorzaken. Dat maakt diepe indruk op mensen die toevallig getuige zijn. Een plotse verlamming trekt de aandacht, niet alleen van omstanders maar ook van artsen, wat verklaart waarom het verschijnsel al sinds de Oudheid wordt bestudeerd. De Griek Hippocrates noemde de plotse verlamming apoplexie, ofwel 'met geweld omvallen'. Die oude betekenis klinkt nog enigszins door in het in onbruik geraakte rolberoerte en meer nog in het Engelse woord voor beroerte: stroke.
    In de zeventiende eeuw beschrijft de Zwitser Johann Jacob Wepfer de plotse verlamming waarmee een beroerte gepaard kan gaan. In zijn Beschrijving van de apoplexie uit 1658 beschrijft hij beide oorzaken van een CVA, niet alleen de bloeding in de hersenen, maar ook de afsluiting van een bloedvat. Dat laatste was een historische stap in de lange ontdekkingsreis naar een beter begrip van oorzaak en gevolg van slagaderziekte.

 

Beroerte (CVA)

 

Herseninfarct en hersenbloeding

A. CT-scan van een herseninfarct. Door een afsluiting van een slagader valt een deel van de hersenen uit door gebrek aan zuurstofrijk bloed. Het bloedarme gedeelte tekent zich donkergrijs af.
B. CT-scan van een hersenbloeding. Door een scheur in de slagaderwand is bloed in het hersenweefsel terecht gekomen. Het bloed in het hersenweefsel tekent zich lichtgrijs af.

 

Hersenbloeding

Een hersenbloeding doet zich plotseling voor, meestal in de kleine slagaders in het hoofd. Er ontstaat een bloedbel in de hersenen die groter wordt totdat het omringende weefsel voldoende tegendruk biedt. De schade die een hersenbloeding aanricht kan groot zijn, in de meeste gevallen groter dan de schade door een beroerte.
    Bij een hersenbloeding kan een aangeboren zwakke plek in de slagaderwand de oorzaak zijn. Maar de belangrijkste risicofactor voor een hersenbloeding is hoge bloeddruk, waardoor er langdurig extra druk op de slagaderwand wordt uitgeoefend.

Beroerte

 

FAST is een checklist om een beroerte te herkennen. Mondhoek scheef? Arm zakt naar beneden? Normaal praten? Wanneer is het begonnen? Alle symptomen samen kunnen op een beroerte wijzen, maar uitzonderingen bevestigen de regel!

FAST – herkennen van een beroerte

Voor een beroerte geldt hetzelfde als voor een hartinfarct, hoe sneller in het ziekenhuis hoe beter. Door krachtige stollingwerende medicijnen kan de afsluiting van de slagader in de hersenen in bepaalde gevallen worden opgelost, waardoor de schade beperkt blijft. Voor omstanders is het belangrijk een beroerte snel te herkennen en 112 te bellen.
    Hoe herken je een beroerte? Daarvoor bestaat een simpele procedure die bekend is onder de naam FAST (Face, Arm, Speech, Time). Je hoeft geen dokter te zijn om met FAST de uiterlijke kenmerken van een beroerte vast te kunnen stellen.
    Face heeft betrekking op een abnormale houding van de mond. Vraag om te lachen en de tanden te laten zien. Hangt de mond scheef, dat wil zeggen met een mondhoek duidelijk naar beneden?
    Arm heeft betrekking op een abnormale houding van de arm. Vraag om de ogen dicht te doen en beide armen recht vooruit te strekken, handpalm naar boven en dat dertig seconden volhouden. Bij een beroerte zal een van beide armen naar beneden zakken of rond gaan zwalken. Om verwarrend corrigeren tegen te gaan is het belangrijk de ogen gesloten te houden.
    Speech heeft betrekking op het spraakvermogen. Stel een simpele vraag. Welke dag van de week is het vandaag? Waar zijn we nu? Let op onduidelijk en verward spreken.
    Time heeft betrekking op het tijdstip van de beroerte. In het ziekenhuis willen ze dat graag weten, omdat de behandeling van een beroerte die zich kort geleden voor heeft gedaan anders is dan van een oudere beroerte. Noteer daarom het tijdstip dat je de beroerte constateert.

Trombose en embolie

De bloedprop die een beroerte veroorzaakt, kan op twee manieren ontstaan. Wordt de bloedprop op de plaats van de beroerte zelf gevormd, dan noem je het trombose. Gebeurt dat elders in het lichaam, dan is het een embolie. Het onderscheid is belangrijk voor de gevolgen en de behandeling van de beroerte.

Trombose = geleidelijke afsluiting

Een trombose is het gevolg van slagaderziekte in de slagaders van de hersenen. Onder invloed van risicofactoren vormt zich in de binnenwand van de slagader een verdikking: plaque. De verdikking groeit in de loop der tijd, waardoor de doorgang geleidelijk aan nauwer wordt. Het hersenweefsel in het stroomgebied krijgt minder zuurstof en is minder goed in staat om zijn werk te doen. Voorts kan de verzwakte binnenwand van de slagader onder bepaalde, nog niet geheel opgehelderde omstandigheden plotseling gaan scheuren, waarna het bloed gaat stollen om de wond te dichten. Cellen uit het bloed gaan klonteren om een bloedkorstje te vormen, met als ongewenst resultaat een verdere afsluiting van de slagader. Als je op tijd in het ziekenhuis bent, kunnen stollingwerende medicijnen veel schade voorkomen.

Embolie: propje in het bloed

Een embolie is een propje in het bloed dat niet op de plaats van de afsluiting is ontstaan. Het propje reist mee in de krachtige bloedstroom van de grote slagaders totdat het in een kleine slagader komt en niet verder kan. Als een kurk sluit het propje de slagader van het ene op het andere moment af. De symptomen van de beroerte ontstaan daarom plotseling en zijn direct maximaal ernstig. Een embolie kan op veel manieren ontstaan. De belangrijkste oorzaken zijn slagaderziekte van de halsslagader, boezemfibrilleren en een gaatje in de tussenwand van het hart.

1. Slagaderziekte van de grote slagader in de hals komt vrij veel voor. Een bloedstolsel vormt zich op een wondje in de slagaderwand en schiet los, maar is te klein om de halsslagader zelf af te sluiten. Dat gebeurt pas in een kleine slagader, stroomafwaarts in de hersenen. De behandeling zal zich richten op de bron van de embolie, dat wil zeggen de slagaderziekte in de halsslagader.

2. Voor de behandeling is het belangrijk te weten of een embolie ‘uit het hart’ komt. Dat kan bijvoorbeeld bij een veelvoorkomende hartritmestoornis als boezemfibrilleren. Door chaotisch trillen van de hartspier valt de pompkracht van de boezems weg en kan de bloedstroom in een kleine holte korte tijd tot stilstand komen, met als gevolg de vorming van kleine bloedstolsels. Deze bloedstolsels kunnen vervolgens de bloedsomloop in schieten en een beroerte veroorzaken. Bij boezemfibrilleren zal de behandeling naast stollingwerende medicijnen ook vaak bestaan uit antiaritmica.

3. Een embolie kan ten slotte ook ontstaan in de aders van het onderlichaam. Als de bloedstroom in de aders tot stilstand komt, bijvoorbeeld doordat het hart onvoldoende pompkracht heeft, kunnen zich bloedstolsels vormen die meereizen naar het hart. Om van de aders in het onderlichaam naar de slagaders in de hersenen te komen moet de embolie in het hart oversteken van de zuurstofarme rechterhelft naar de zuurstofrijke linkerhelft. Dat kan alleen als er een gaatje in de tussenwand zit. Zo’n gaatje valt meestal onder de noemer aangeboren hartziekten. Een gaatje in de tussenwand van de boezems is een Atrium- SeptumDefect (ASD). Zit het in de tussenwand van de kamers dan heet het een Ventrikel- SeptumDefect (VSD).

TIA: een waarschuwing

Van een beroerte spreek je pas als de symptomen langer dan 24 uur aanhouden. Verdwijnen de symptomen eerder, dan spreek je van een TIA. De afkorting staat voor een Transiënte Ischemische Aanval (transiënt = voorbijgaand, ischemisch = de bloedtoevoer belemmerend). De symptomen van een TIA zijn dezelfde als die van een beroerte (zie hierboven: fast), hoewel meestal vrij mild en altijd tijdelijk.
    De grenslijn van 24 uur is vrij willekeurig gekozen. Waar het om gaat, is dat een TIA na korte tijd is verdwenen, terwijl een beroerte langere tijd aanhoudt. Een TIA richt vrijwel geen schade aan, maar een beroerte meestal wel.
    Hoe verschillend ook de gevolgen, het ziekteproces is gelijk. Een TIA is een miniberoerte, waarbij de embolie korte tijd een slagader in de hersenen afsluit. Heb je eenmaal een TIA gehad, dan neemt het risico op een tweedeTIA flink toe. Een TIA moet je zien als een waarschuwing. Stollingwerende medicijnen en het vermijden van risicofactoren voor slagaderziekte kunnen het risico op een tweede TIA aanzienlijk kleiner maken.

Verschillende oorzaken, verschillende onderzoeken

Na een TIA of een beroerte volgen er in het ziekenhuis verschillende onderzoeken. De onderzoeken zijn er vooral op gericht om een (volgende) beroerte te voorkomen. Om dat risico kleiner te maken, moet een dokter de ziekte goed begrijpen.
    Slagaderziekte wordt anders behandeld dan boezemfibrilleren en boezemfibrilleren weer anders dan een gaatje in de tussenwand van het hart. Een hartfilmpje of ECG dient om te beoordelen of boezemfibrilleren een rol speelt. Een echografie van de halsslagader maakt duidelijk of het risico op een embolie, door slagaderziekte, verhoogd is. Eventuele schade aan de hersenen wordt in beeld gebracht door een CT-scan of een MRI-scan van de hersenen.

 

Verder lezen?

De belangrijkste onderwerpen van Hartwijzer staan rechts op een rijtje.
Zoek gedetailleerd op onderwerp via het alfabet bovenaan de pagina.

 

 

Hartwijzer: het boek
  HartWijzer: het boek

  ALLE ONDERWERPEN



  HET HART

  RISICOFACTOREN

  SYMPTOMEN

  ONDERZOEKEN

  BEELDVORMENDE
TECHNIEKEN


  BEHANDELINGEN

 ZIEKTEBEELDEN

  CARDIOLOGIE

Colofon